Armoede daalt door beleid – en net dat staat vandaag onder druk
De voorbije dagen berichtten Belgische media uitgebreid over de sterke daling van de armoede in België; een trend die zich vorig jaar ook al aftekende. Dat nieuws kwam voor ons dus niet als een verrassing. De Armoedebarometer 2025 stelde vast in september 2025: voor het eerst sinds de start van de metingen in 2008 verbeteren de armoedecijfers. Die evolutie is geen toeval, maar het resultaat van bewuste beleidskeuzes.
Hieronder zetten we de conclusies van de Armoedebarometer 2025 voor u op een rijtje:
De versterking van de sociale bescherming onder de regering-Vivaldi – via de welvaartsenveloppe en de verhoging van de sociale minima boven de index – had een duidelijk effect. Zowel het armoederisico als de diepte van de armoede namen af. Ook de slagkracht van de sociale bescherming groeide: waar in 2019 nog 42% van de armoede werd weggefilterd door sociale transfers, was dat in 2024 al 53%. België behoort vandaag tot de Europese top wat betreft lage armoedecijfers. Dat is geen natuurwet, maar het resultaat van beleid dat werkt.
Toch is zelfgenoegzaamheid misplaatst. Nog steeds bevindt 18% van de bevolking (16,5% in 2025) zich onder, op of net boven die grens. Vooral de stijgende kinderarmoede baart zorgen, met een uitgesproken toename bij de jongste kinderen (0–3 jaar). Het groeipakket, goed voor 388 miljoen euro, slaagt er onvoldoende in om kinderarmoede structureel terug te dringen. Tegelijk stijgt het aantal mensen dat moet terugvallen op een leefloon tot bijna 170.000.
Ook de arbeidsmarkt blijft sterk ongelijk. Voor grote groepen blijft toegang tot werk bijzonder moeilijk. Het aantal NEET-jongeren neemt toe en personen geboren buiten de EU, kortgeschoolden en mensen met een handicap lopen een veel groter werkloosheidsrisico. België kampt bovendien met een hardnekkige langdurige werkloosheid: 92.000 mensen zijn langer dan één jaar werkloos, 62.000 zelfs langer dan twee jaar. Zij kennen een zeer lage doorstroming naar werk (7,7%). Voor deze groep volstaat een louter sanctionerend activeringsbeleid niet; zij hebben nood aan intensieve en individuele begeleiding.
Opvallend is bovendien dat België, ondanks zijn relatief goede prestaties inzake financiële armoede en materiële deprivatie, bijzonder slecht scoort wat betreft gezinnen met een zeer lage werkintensiteit. 11,3% van de bevolking leeft in een huishouden waar volwassenen gemiddeld minder dan 20% werken. Dat cijfer toont vooral aan hoe cruciaal inkomensbescherming is: zonder gerichte sociale steun zouden deze gezinnen massaal in diepe armoede terechtkomen. De recente daling van de armoede is dan ook niet het resultaat van jobs alleen, maar van een sterke sociale bescherming in combinatie met werk van voldoende kwaliteit.
Net daarom is de huidige beleidskoers bijzonder zorgwekkend. Met de afschaffing van de welvaartsenveloppe, het morrelen aan de index, de beperking van de werkloosheid in de tijd en de verdere verstrenging van het leefloon, dreigt het beleid precies die instrumenten af te breken die recent hun effectiviteit hebben bewezen.
Wij trekken hieruit duidelijke conclusies.
Alle sociale minima moeten boven de Europese armoedegrens worden opgetrokken en de welvaartsenveloppe moet opnieuw worden ingevoerd. De indexering van het groeipakket is welkom, maar een gerichte verhoging van de sociale toeslagen is noodzakelijk om kinderarmoede effectief terug te dringen. Daarnaast moet de automatische toekenning van sociale rechten eindelijk worden gerealiseerd.
Op de arbeidsmarkt pleiten wij voor een humaan activeringsbeleid met individuele trajectbegeleiding en reële inschakelingskansen. De afschaffing van de verplichte gemeenschapsdienst was een juiste keuze, maar moet worden gevolgd door investeringen in duurzame oplossingen. Daarom vragen wij minstens 10.000 bijkomende plaatsen in de sociale economie, aangevuld met een nieuw groeipad voor klimaatjobs.
De cijfers zijn duidelijk: armoede daalt wanneer sociale bescherming wordt versterkt. Wie die bescherming vandaag afbouwt, kiest bewust voor meer armoede morgen.